Informatiekunde En Ik
De pdf versie kan gedownload worden via de docentenpagina
Voor u ligt het Curriculum Informatiekunde welke als opzet kan dienen voor het geven van Informatiekunde in de onderbouw van de Havo en het VWO. Maar waarom is deze Gids ontwikkeld en wat is de noodzaak van het geven van Informatiekunde in de onderbouw?
Het antwoord op deze vragen is vrij simpel. Jongeren groeien tegenwoordig simpelweg op met ICT, het is voor hen als vanzelf sprekend in de wereld. Wie succesvol wil zijn in de huidige maatschappij welke vaak tot kennismaatschappij bestempeld wordt moet hierbij goede kennis hebben van ICT. Informatisering, communicatie en kennis beïnvloeden elkaar sterk. De manier van werken en communiceren verandert sterkt door de gevolgen van ICT. De moderne leerling moet hierop toegerust zijn. Sterker nog zo stelt Zwanenberg (2008): Het is in de huidige kennismaatschappij van belang dat iedereen over een zekere kennis van en vaardigheid met ICT moet beschikken.
Het onderwijs lijkt hier de geschikte plek om deze competenties te verwerven waar de mensen deze nodig hebben in zowel hun privé- en werkzame leven. Zwanenberg (2008) stelt dat voor het voortgezet onderwijs juist de informatische en communicatieve/interactieve aspecten belangrijker zijn dan de technische/technologische. Dit is nou juist waar een vak als Informatiekunde een belangrijke rol heeft. Het kan een belangrijke bijdragen leveren in het leren van informatische en communicatieve/interactieve aspecten van ICT. Dit is waar in de huidige invulling van het vak Informatiekunde in de onderbouw van het voortgezet onderwijs een tekort geconstateerd wordt. Veelal zijn de huidige Informatiekunde lessen teveel geconcentreerd op applicatiegebruik als Word, Excel en PowerPoint, waar juist de aandacht zou moeten liggen op de eerder genoemde informatische en communicatieve/interactieve aspecten. Het zijn deze aspecten waar dit curriculum informatiekunde zich hoofdzakelijk opricht.
Waar het binnen ICT vaak teveel draait om de T van Technologie, moet de I van Informatie weer het centrale begrip worden.
Wat is Informatiekunde?
Informatiekunde zoals deze binnen het voortgezet onderwijs wordt gezien richt
zich vooral op de menselijke kant van informatisering het gaat in op
vragen als: Wat betekent informatietechnologie voor het functioneren van mensen,
organisaties en de maatschappij als geheel? Om dergelijke vragen te beantwoorden
combineert Informatiekunde kennis uit verschillende vakgebieden, waaronder
informatica, organisatiekunde, communicatiekunde en beleid en management.
Waar je binnen Informatica vooral bestudeert hoe computers in elkaar zitten, hoe
programmatuur werkt en hoe je computersystemen kunt verbeteren. Kijk je binnen
Informatiekunde meer naar wat je met een computer kunt doen. Het gaat niet
zozeer om de techniek, maar om de impact van computers op het bedrijfsleven, op
individuen, of op de samenleving. De definitie van Informatiekunde is zo:
”Informatiekunde houdt zich bezig met theorieën, methoden en technieken voor het ontwikkelen en in stand houden van vergaand gecomputeriseerde informatiesystemen, met specifieke aandacht voor doelbewuste afstemming tussen de organisatorische, menselijke, informationele en technologische aspecten van dergelijke systemen.” (Proper, 2003).
Deze definities lijken misschien ver gezocht gezien de scoop van dit curriculum, de onderbouw van het voortgezet onderwijs, dit is het zeker niet. Door deze definitie proberen we aandacht te schenken aan het bredere maatschappelijke belang van een vak als Informatiekunde, een maatschappij van:
Juist in een dergelijk omgeving lijkt de behoefte aan een brede vorming van het vak Informatiekunde niet meer dan gerechtvaardigd. De scope waar we eerst leerlingen leerde met een computer om te gaan is verschoven naar een omgeving waar we leerlingen op een verantwoorde manier met informatie leren omgaan. Een definitie aansluitend bij de doelgroep en het vakgebied Informatiekunde zal zo zijn:
“Informatiekunde is het vakgebied dat zich bezighoud met het afstemmen van verschillende informatievragen, informatiebehoeften en belangen tussen mensen, organisaties en systemen.“
Gezien de overwegend mannelijke aanwezigheid binnen een vak als Informatiekunde is het van belang extra aandacht te schenken aan de vrouwen. Er dient specifiek op meisjes te worden gelet binnen de hele groep anders raak je die groep gaandeweg de modulen kwijt. Een aantal tips zijn (Valkenburg, 2006):
Om aansluiting te krijgen bij de definitie, worden de kandidaten getraind op een achttiental competenties. Deze competenties zijn verdeeld in een aantal domeinen, namelijk:
Competenties domein A (Informatiekunde in het algemeen)
De kandidaat kan:
Competenties domein B (Basisbegrippen en informatievaardigheden)
De kandidaat kan:
Competenties domein C (Informatieanalyse en systemen)
De kandidaat kan:
Competenties domein D (Toepassen in de praktijk)
De kandidaat kan: